Testen van microbiële contaminatie – Een kort overzicht
Dergelijke testprocedures zijn niet beschikbaar voor de meeste brandstofoperatoren en gebruikers wegens hun complexiteit, kost en doorlooptijd. Enkel gesofisticeerde laboratoria kunnen de brandstof op die manier testen, en omdat iedere kweektest honderden euro's kost, is het noch doenbaar noch economisch haalbaar om brandstof regelmatig te testen voor een heel netwerk van tankstations. Voor een vrachtwagenoperator of booteigenaar is het evenmin haalbaar om verdachte brandstof te testen.

'Gebruikersproeven' op PureFuel Conditioners (mogelijk om resulterende verbeteringen te meten in de levensduur van de filter of het brandstofverbruik) werden gehinderd door dit probleem omdat de brandstofkwaliteit vóór de 'proef' niet kon getest worden. Indien de brandstof in werkelijkheid niet gecontamineerd was, gebeurde er niets. Indien daarna wel gecontamineerde brandstof werd bijgetankt, gebeurde er schijnbaar nog steeds niets. Het is daarom heel begrijpelijk waarom men zou kunnen concluderen dat ze niet werken, indien de oorspronkelijke brandstoftoevoer de facto zuiver was. PureFuel Conditioners zijn echter dusdanig effectief in het tegengaan van microbiële contaminatie dat de zichtbare verschillen voor effectiviteitsparameters zoals levensduur van de filter, uitstoot, motorvermogen en brandstofverbruik bij gebruik terdege aantonen dat de brandstoftoevoer was gecontamineerd.

Wegens de hierboven beschreven nauwkeurigheidsproblemen maakt de medische wereld geen gebruik van CFU's. Met name de NATObrandstofspecificaties maken om dezelfde redenen geen gebruik van CFU's. NATO-specificaties (en medische tests) zijn gebaseerd op celtellingen. Dezelfde vereiste van aparte kweektesten voor gisten, schimmels en meer dan 400 microben maar met extra te besteden tijd/kosten voor het manueel tellen van individuele cellen in een brandstofstaal onder een microscoop. Het resultaat wordt gemeten in cellen per ?l (of ml).

cATP-tests worden al jarenlang gebruikt om microbiële activiteit te detecteren in diverse vloeistoffen en zijn ingeburgerd in de medische wereld. Ze leveren een echte celtelling op, en dit voor ALLE types van microbiële activiteit in één enkele test. Tot 2009 waren cATP-tests niet mogelijk op brandstof door aanzienlijke technische beperkingen. De resultaten van cATP-tests wordt gemeten in picogram per milliliter (pg/ml), en pg/ml cATP is eenvoudig om te zetten in cellen/?l (of cellen/ml).

De cATP-test is de ideale test om microbiële contaminatie te meten, en bovendien is het ook de snelste, nauwkeurigste EN minst dure methode om de effectiviteit van PureFuel Conditioners te meten.


Een veelgestelde vraag over PureFuel Conditioners is "Hoe meten we hun effectiviteit"?

De voornaamste werking van PureFuel Conditioners is: ze gaan de microbiële contaminatie tegen. Daarom dienen we een brandstofstaal te testen voor en nadat het door een PureFuel Conditioner is gegaan.

Er zijn heel wat proeven uitgevoerd op de effectiviteit van een PureFuel Conditioner waarbij de microbiële activiteit voor en na wordt gemeten op kolonievormende eenheden (CFUs) als meeteenheid. Ze tonen zonder uitzondering aan dat PureFuel Conditioners het aantal CFU's verlagen.

Toch vertoont de meting in CFU's een aantal tekortkomingen:
• 1 CFU kan net zo goed een enkele cel als een miljoen
cellen bevatten.
• Ieder type microbe (gisten, schimmels, meer dan 400
soorten bacteriën) vergen een aparte kweektest. Al deze
tests zijn duur en de uitvoering ervan kan tot vijf dagen in
beslag nemen.
• Om CFU's van bacteriën te meten moet ieder type bacterie vóór de test geïdentificeerd worden.
• Het staal omroeren kan het resultaat drastisch veranderen (omdat een grote CFU kan opgebroken worden in vele kleinere CFU's).
• Wegens het probleem met het omroeren, is het uitvoeren van meerdere tests (minstens drie) op hetzelfde staal en daarvan het gemiddelde CFU-resultaat nemen de beste werkwijze.