Sinds 1895 bestaan er rapporten over de groei van micro-organismes in petroleumproducten waardoor opslagtanks, uitrustingen, pijpleidingen, filters en motoren vuil worden, slecht functioneren en gaan corroderen.

De microben voeden zich met de brandstof die hen in staat stelt om zich voort te planten en kolonies te vormen. Microbiële vervuiling heeft meestal de vorm van slik die zich op de bodem van opslagtanks vormt en zich op filters opstapelt.

Dit slik kan de werking van motoren op verschillende
manieren beïnvloeden:
• Ze blokkeert filters.
• Ze veroorzaakt een slechte verbranding van de brandstof wat het brandstofrendement aantast.
• Ze veroorzaakt onzuivere emissies (te zien als zwarte rook uit
de uitlaat).
• Ze leidt tot een slechte werking van de brandstofpeilsensoren bij
opslag en brandstofmeters bij voertuigen.

De levenscycli van uiteenlopende bacteriën, zowel aerobe als anaerobe, doen bijtende zuren en kleverige suikers ontstaan die de werking van motoren en systemen nog verder kunnen verstoren:
• Organische zwavelhoudende zuren en zwavelzuren tasten
brandstoftanks, pijpleidingen, rubber dichingen, 0-ringen en
leidingen (slangen) aan.
• Suikers karameliseren in en op de brandstofverstuivers – daardoor wordt het verstuifpatroon aangetast en gaan verstuiveronderdelen samenkleven zodat de verstuivers niet meer werken.


Microben
De aanwezigheid van microbiële vervuiling is algemeen aanvaard en er wordt rekening mee gehouden bij het ontwerpen van onderdelen en bij het opstellen van onderhoudsschema’s. Daardoor hebben eventuele problemen nauwelijks gevolgen voor brandstofdistributeurs en –gebruikers.



Het loont echter om een aantal fundamentele eigenschappen van diesel op basis van aardolie nog eens onder de loep te nemen: die brandstof is inherent onstabiel, ze gaat na verloop van tijd achteruit en ze is hygroscopisch. Precies de aanwezigheid van water (samen met de duisternis en de warmte in een brandstoftank) creëert de ideale omstandigheden waarin microben kunnen leven en groeien – en het zijn de microben die aan de basis liggen van de kwaliteitsvermindering van de brandstof.