Voor een voortdurende, permanente bescherming moet brandstof minstens om de 28 dagen door een PureFuel Conditioner stromen.
PureFuel Conditioners worden aangebracht in aanzuigleidingen direct achter de uitgang van de brandstoftank en vóór andere apparaten zoals filters voor fysisch vuil, pompen en meters. In bepaalde, bijzonder vervuilde toepassingen is het raadzaam net vóór de conditioner te beschikken over een Strainer-type filter.
In een recirculatiesysteem (de meeste moderne motoren hebben een terugvoerleiding vanaf de brandstofinjectie naar de tank) is aan deze voorwaarde gemakkelijk te voldoen. Dit zijn de gemakkelijkst te beveiligen systemen: microbiologische contaminatie kan in een kringloop met een PureFuel Conditioner geen voet aan de
grond krijgen.
In een systeem zonder recirculatie zal een PureFuel Conditioner aan de uitgang van de tank altijd alle erachter liggende elementen beschermen, zoals filters, motoren, brandstoftanks enzovoort.
Voor toepassingen in de brandstofopslag, zal beveiliging van de tankingang met een PureFuel Conditioner het binnendringen van contaminatie in de tank tegenhouden. Een PureFuel Conditioner aan de uitgang garandeert dat alle brandstof die uit de tank wordt opgenomen niet microbiologisch gecontamineerd is.